Hoe bepaal je de intrinsieke waarde van de natuur

Categorie: Waarden & Idealen | 0

“De natuur heeft heel veel waarde, daarom moeten we het beschermen.”

Een uitspraak die je vaak hoort, en misschien zelf ook wel gebruikt.



Maar wat is de waarde van de natuur?

Milieufilosofen buigen zich er al jaren over, en ze maken een onderscheid tussen instrumentele waarde en intrinsieke waarde van de natuur.

Intrinsieke waarde van de natuur betekent dat de natuur op zichzelf waardevol is.

Instrumentele waarde betekent dat de natuur een waardevolle functie voor iets of iemand anders heeft.

Bij de intrinsieke waarde van de natuur is dat absoluut niet het geval. Zodra de waarde afleidbaar is tot een andere waarde, dan is het een instrumentele waarde. Als je bijvoorbeeld zegt dat een natuurgebied beschermd moet worden, vanwege de planten die gebruikt kunnen worden als medicijn, dan refereer je naar een instrumentele waarde. Het heeft tenslotte een functie voor de gezondheid. Intrinsieke waarde staat los van de gebruikswaarde; het heeft waarde omwille van zichzelf.

Hoe bepaal je de intrinsieke waarde van de natuur?

De filosoof Achterberg heeft 6 punten opgesteld waarmee je kunt bepalen hoeveel intrinsieke waarde een natuurgebied heeft.

1) Autonomie. Autonomie betekent letterlijk ‘zichzelf wetten opleggend’ en wordt vaak alleen toegekend aan mensen. Mensen kunnen zelf bepalen hoe ze leven en welke keuzes ze maken. Volgens Achterberg is het ook toepasbaar op natuurgebieden: een natuurgebied dat zichzelf ordent en handhaaft is autonoom. Hoe meer een natuurgebied zichzelf handhaaft, hoe meer intrinsieke waarde.

2) Diversiteit. Als een natuurgebied een verscheidenheid aan levensvormen heeft, dan is er sprake van diversiteit. Als een gebied een grote diversiteit heeft, dan is de intrinsieke waarde groter.

3) Spontaniteit. Spontaniteit is te vertalen als natuurlijkheid. Is een natuurgebied spontaan en op een natuurlijke manier ontstaan, of is het aangelegd? Hoe natuurlijker een gebied is, hoe meer intrinsieke waarde.

4) Integriteit. Integriteit heeft in deze context te maken met onaangetastheid en volledigheid. Hoe onaangetaster en volledig een natuurgebied is, hoe meer integriteit het heeft, en hoe hoger de intrinsieke waarde.

5) Complexiteit. De complexiteit van een natuurgebied refereert aan de complexe levensvormen die het gebied heeft. Hoe complexer een natuurgebied en haar soorten zijn, hoe groter de intrinsieke waarde.

6) Zeldzaamheid. Als een natuurgebied en de dier- en plantensoorten die er leven, zeldzaam zijn, als ze minder vaak voorkomen en uniek zijn, dan heeft zo’n natuurgebied meer intrinsieke waarde.

Waarom is het nodig om met dergelijke punten te bepalen hoeveel intrinsieke waarde een natuurgebied heeft?

Soms heb je te maken met gebrek aan tijd, geld en energie. Je moet soms kiezen welk gebied je gaat beschermen met het beperkte budget en de tijd die je hebt. Op basis van bovengenoemde punten kun je gaan prioriteren en zien welk natuurgebied de meeste intrinsieke waarde heeft. Een gebied moet aan zoveel mogelijk punten voldoen, met een zo hoog mogelijke intrinsieke waarde per punt. Het gebied met in totaal de meest intrinsieke waarde krijgt dan voorrang.

Oefening om de intrinsieke van de waarde van de natuur te bekijken:

Probeer zelf eens de volgende natuurgebieden te prioriteren: 
Het Waddengebied, Antarctica, het Amazone gebied, de Veluwe, de Great Barrier Reef en de Sahara.


Reflectie:

Als je je prioriteringslijstje bekijkt, klopt het dan in jouw ogen? Of zou je iets willen veranderen aan de punten van Achterberg? 

Is de instrumentele waarde van een natuurgebied helemaal niet van belang? Heb je in je prioritering ook instrumentele waarde gebruikt? Zo ja, waarom?

Milieufilosofen zijn het onderling (nog) niet eens geworden. Dus ik ben benieuwd naar je antwoorden!