Ik vind dat je onzin uitkraamt

Ik vind dat je onzin uitkraamt.

Een zin die ik vaker uit zou willen spreken.

Straight in your face. Bam.

Vlijmscherp alle argumenten opnoemen waarom het complete onzin is.
Confronteren met de gaten in de argumenten.
Confronteren met het gedraai in standpunten.
Confronteren met het gespeel met woorden en definities.

En vooral confronteren met de schijn openheid.

Het doen alsof je begrepen wordt.
Het denken dat we dezelfde visie aanhangen.

Gatver.

Onzin uitkraamt
Maar doe ik zelf niet mee aan die schijn openheid?

Ik zeg toch ook niet altijd wat ik werkelijk denk?
Ik luister toch ook ‘open’, terwijl ik van alles en nog wat denk?


Rationeel weet ik dat het goed is om te luisteren, om niet gelijk je oordeel te vellen, om niet vol in de aanval gaan.

Daardoor kun je beter naar elkaars visie en argumenten luisteren en anderen zullen dan minder in de verdediging schieten. Het is ook vaak beter om wat anderen zeggen te laten bezinken en erop te reflecteren.


Maar ik weet ook dat je met openlijk en confronterend uitspreken van wat je werkelijk denkt – zonder filter – de grenzen opzoekt.

Dat kan dan wrijving opleveren, maar die wrijving kan juist ook nieuwe inzichten brengen. Bij de grenzen zijn juist de andere perspectieven die je nog niet eerder zag.


Maar hoe ver ga je met het openlijk en confronterend uitspreken van wat je werkelijk denkt?