Terug naar de natuur


Vroeger was alles beter.Terug naar de natuur
Vroeger stonden we dichtbij de natuur.

Tegenwoordig staan we niet meer dichtbij de natuur.

En dat is één van de oorzaken van de ecologische crisis.
We moeten dus weer terug naar de natuur.

Terug naar de natuur gaan. Hoe doe je dat?

Is dat je eigen eten verbouwen? Is dat koken op zelfgemaakt vuur, dat brandt op hout dat je zelf gehakt hebt? Of is dat rauw eten?

Is dat in het bos wonen? In een hut gemaakt van wat houten plankjes?

Is dat geen gebruik maken van moderne technieken, zoals tandenpoetsen en fietsen?
Moet je je kleding met de hand wassen?

Mag je dan geen gebruik maken van medicijnen en de gezondheidszorg, en moet je sterven wanneer jouw tijd is gekomen?

Ik weet het niet. Want ik begrijp het idee ‘terug naar de natuur’ eerlijk gezegd niet.

Hoe ver terug ga je? En ga je dan in alles terug? En wie bepaalt wat die natuur is?
Vragen die me al jaren bezighouden.

En toen was daar ineens een mail van een oud-studiegenoot, Marianne van Dijk. Met de mededeling dat ze op 1 mei ging starten met het project om 100 dagen als holbewoner te leven.

I’m going to eat, sleep, run, move, and laugh like a cavewoman.

Ze probeert zoveel mogelijk te leven als 40.000 jaar geleden.

Ze gaat dat doen aan de hand van een aantal regels – hieronder een selectie:

  • Ze eet alleen vlees, vis, eieren, groenten, fruit en noten. Zoveel mogelijk biologisch en seizoensgebonden.
  • Ze eet wanneer ze honger heeft en zal alleen vlees, vis en eieren koken op vuur.
  • Als het eten met haar nagels of tanden gesneden kan worden, dan doet ze dat. En ze eet haar voedsel met haar handen.
  • Ze loopt 90% van de tijd zonder schoenen.
  • Ze gebruikt geen elektriciteit en geen gas, dus een warme douche zit er voor haar ook niet in.
  • Er worden geen verzorgingsproducten (zoals shampoo, deodorant en tandpasta) gebruikt.

Je zou dus zeggen: ze gaat meer terug naar de natuur.

Maar er zijn ook uitzonderingen op haar holbewonerschap.

Zo blijft ze in haar appartement in Amsterdam wonen en ze verbouwt niet haar eigen voedsel.  Ze gebruikt haar laptop max. 3 uur per dag voor haar werk en voor dit project. Ze blijft haar eigen moderne kleding dragen (na kritiek op het dragen van bont) en ze blijft haar wasmachine gebruiken. Ze gaat dus niet “all the way” terug naar de natuur.

Verder geeft ze aan dat haar gezondheid en dierbaren het belangrijkste zijn.

Een aantal van haar uitzonderingen is daarop gebaseerd (het is bijvoorbeeld niet gezond om in de Amsterdamse buitenlucht te slapen). Ze geeft zichzelf ook de ruimte om de regels aan te passen, of om met het project te stoppen, als er iets gebeurt met haar gezondheid of haar dierbaren.

Nu wil ik helemaal niet suggereren dat Marianne met het idee ‘terug naar de natuur’ wilde experimenteren en dat ze daarom dit project doet. Maar er zijn wel veel mensen die het idee ‘terug naar de natuur’ willen uitvoeren en nodig achten, en waarschijnlijk zoiets voorstellen als wat Marianne doet: geen gebruik maken van techniek en leven zoals we “vroeger” deden.

Marianne leert ons met haar keuzes in wat ze wel en niet doet een wijze les: we kunnen nooit helemaal terug naar de natuur gaan, als we waarde hechten aan bepaalde zaken.

Of dat nu gezondheid, tijdbesparing, of gemak is. Naast de nadelen van technologische ontwikkelingen voor de natuur, en ook voor onze gezondheid, hebben deze ontwikkelingen ook vele voordelen gebracht. Voordelen waar we veel waarde aan hechten en niet willen opgeven.

Ga de komende 100 dagen maar mentaal mee doen met Marianne. Denk aan haar als je je tanden poetst, je tomaatjes snijdt, je boodschappen in de koelkast legt of een anticonceptiemiddel gebruikt.

Allemaal technieken die de vervulling van bepaalde waarden mogelijk maken.